Rouwcultuur

We leven in een maatschappij die gericht is op winnen en winst. We weten niet meer hoe we om kunnen gaan met verlies en pijn.

Soms merk ik dat kinderen, jongeren en volwassenen last hebben van de manier waarop onze samenleving omgaat met verlies.

Het moet zo snel mogelijk ‘een plek krijgen’. En de tranen kunnen we niet verdragen. Er worden zoveel goed bedoelde adviezen gegeven. Adviezen die proberen om de pijn ‘op te lossen’. Maar de pijn is niet op te lossen.

Elk kind, elk mens gaat hierin zijn of haar eigen weg. Er is geen tijd aan verbonden. Na 25 jaar kan het verdriet nog weer even in alle hevigheid aanwezig zijn. Soms kan het ons verrassen. De pijn wordt ook zo zichtbaar in relaties met anderen. Durf ik iemand ooit weer te vertrouwen? Hechten aan iemand, betekend ook het risico op pijn als ik hem of haar verlies.

Rouw en liefde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En ik denk dat wij daar in onze maatschappij nog wel eens meer aandacht voor zouden kunnen hebben.

De tranen staan voor de liefde die er ooit was. Of voor de liefde die er juist nooit is geweest, maar waar wel een verlangen naar was.

We nemen de mensen die we zijn verloren mee, de rest van ons leven in. Hoe de relatie of wie de persoon ook was. Hij of zij hoort er voor altijd bij.

En als we daar met z’n allen, met liefde naar kunnen blijven kijken. Kunnen we de mensen die rouwen respecteren en steunen. Want leven doen we niet alleen.

‘Geef mij een beetje liefde, want ik heb gewoon zo’n dorst’
(Wilma Veen)